Saturday, January 10
Shadow

Reflecteren

1. Links

Aandachtspunten bij reflecteren achteraf:
1.   Plan en resultaat
2. 
Proces en inhoud
3.  Reflecteren Korthagen


2. Mindset

Je mindset tijdens het schrijven (van bijvoorbeeld verslagen) is: hoe toon ik mijn “KRITISCH DENKEN EN REFLECTIEF HANDELEN” aan?

Het gaat er niet om te beschrijven wat je zoal hebt gedaan (het proces), het gaat er om aan te tonen hoe je hebt samengewerkt, of gecommuniceerd of kwaliteit hebt bewaakt.

Denk aan aspecten zoals:

  • Inzicht in context: verbind de opdracht met de context/aanleiding, beschrijf de doelstelling van het project in de inleiding.
  • Inzicht in leervermogen: Verbind je IT-kennis en ervaring (opgedaan course en tijdens project) met relevante activiteiten in het project (factsheet als basis waar je verwijzingen naar doet). Maak zoveel mogelijk concreet, onderbouw d.m.v. bewijsmateriaal.
  • Verwijs bv vanuit de factsheet probeer daar verbinding te maken, dit is echt een goede bron voor bewijslast.
  • Laat zien hoe theorie en praktijk soms ‘uit elkaar lopen’ en wat je als student daarvan geleerd hebt. Geef bv inzicht in wat het inhoudt om bijvoorbeeld architect te zijn.
  • Geef een eigen oordeel, gebruik objectieve argumenten (Furps, SOLID, gebrek aan design).
  • Zorg dat in je argumentatie relevante theorie is opgenomen & vergeet niet de bronnen vermelden.
  • welke skill heb je het meest ontwikkeld in dit project, waar ben je in gegroeid en wat zou de volgende stap zijn (leerdoel)?

Hieronder een klein scorelijstje op 10 punten met raakvlakken op persoonlijke competentie-ontwikkeling.
Als je het lijstje scoort (link), krijg je snel een idee wat het om draait: namelijk de mate waarin jij inschat hoe het er nu voor staat met je KRITISCH DENKEN EN REFLECTIEF HANDELEN. Download de excel, vul m in deel met je teamgenoten via Padlet en bespreek met elkaar waar je staat.


3. Korthagen.

De volgende afbeelding is een nuttige aanvulling op de definitie en omschrijving waarbij de ‘jij’ centraal staat.

Dit model geeft aan dat reflectie gezien wordt als de samenspraak van drie aspecten: theorie, persoon en de praktijk. Er zijn dus drie soorten vragen die je jezelf kan stellen.

  1. Je kan je persoon aan de praktijk verbinden. Vragen die daar bij kunnen horen zijn: hoe handel / functioneer ik in deze situatie/dit project? Welk effect heeft dat? Hoe kan ik de situatie meer naar mijn hand zetten? Hoe kan ik zorgen dat ik beter tot mijn recht kom? Hoe moet ik veranderen om met dit soort situaties om te gaan? Welke aspecten van mijn persoonlijkheid / capaciteiten kan ik in dit project verder ontwikkelen?
  2. Je kan je persoon aan de theorie koppelen. Vragen die daar bij kunnen horen zijn: hoe helpt deze theorie mij verder? Hoe past mijn houding / capaciteiten bij wat er bekend is over het beroepsbeeld (zoals het IxD manifest)? Voldoe ik aan de eisen die vanuit de theorie aan mij gesteld worden? Hoe helpt deze theorie mij om mezelf verder te ontwikkelen? Dwingt deze theorie anders naar mijn vak en/of mezelf te gaan kijken?
  3. Je kan de praktijk van de actuele opdracht aan de theorie te koppelen. Vragen die daar bij kunnen horen zijn: in hoeverre voer ik nu mijn taken uit zoals de theorie ze voorschrijft? In hoeverre kom ik dingen bij de actuele opdracht tegen waar de theorie iets over zegt? Kan ik de theorie gebruiken om mijn huidige werk te verbeteren? Welke theorie past bij mijn ervaringen in dit project?

Van reflectie naar reflectief handelen

Je kunt nog zo goed reflecteren maar als je werk(wijze) er niet beter van wordt, dan heb je niet zoveel aan al die diepe inzichten over de relatie tussen jezelf, de praktijk en de theorie.

De denkstappen die je hierbij kunnen helpen, zijn gevangen in de onderstaande reflectiecyclus.

 

De denkstappen, vertaald naar vragen.

  1. Handelen / ervaren: Welk probleem los ik op? Wat ga ik doen? Hoe ga ik dat doen (gebruikersonderzoek, schetsen, prototyping) ?
  2. Evalueren: Hoe pakt het uit? Voldoet het aan de eisen / wensen / verwachtingen? Hoe kan ik dat betrouwbaar evalueren?
  3. Bewustwording van belangrijke aspecten: Wat pakte goed uit en wat kan beter? Waardoor komt dat?
  4. Alternatieven bedenken en daaruit kiezen: Wat kan ik doen om mijn resultaat te verbeteren? Hoe kan ik dat doen?
  5. (opnieuw) uitvoeren: terug naar stap 1 of opleveren? Vaak vergeten studenten stap 5 te rapporteren. Dit kan komen door uitstelgedrag van het bewust te reflecteren. Als je pas begint met reflecteren nadat je opdracht/project is afgelopen omdat je dan pas tijd vrijmaakt, kom je aan uitproberen natuurlijk niet meer toe. Je kan dan wel aantonen dat je kan reflecteren, maar niet dat je reflectief kan handelen. Daarom is het zaak regelmatig een vast moment te prikken om als individu of team terug te kijken op wat er goed en minder goed ging tijdens de opdracht of project en wat je daar vanuit je persoon of vanuit de theorie mee kan. Een gesprek met je docent of begeleider / intervisor kan zo’n moment zijn, maar je kan ook je eigen moment prikken. Doe dit minimaal één keer in de week.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *