| Motiverend | Inspireert het doel je om aan de slag te gaan en vol te houden? | □ |
| | Kun je jezelf door het behalen van dit leerdoel verbeteren in de praktijk? | □ |
| Aanleiding | Het je nagedacht waarom je dit leerdoel hebt gekozen? Is de aanleiding beschreven? | |
| Specifiek | Is het doel duidelijk en concreet omschreven? Weet je welke acties je gaat ondernemen? Focus ligt op zichtbaar gedrag! | □ |
| Beschrijf niet wat je wil leren, maar wat je wilt hebben bereikt aan het einde van het project. | □ |
| | Heb je werkwoorden gebruikt die actiegericht zijn, zoals ‘onderzoeken’, ‘toepassen’, ‘analyseren’, ‘creëren’? Ofwel, is je leerdoel actief omschreven? | □ |
| Meetbaar | Hoe ga je meten of je je leerdoel hebt bereikt? Ofwel: hoe vaak ga je wat in het project oefenen? | □ |
| Zijn er duidelijke criteria om je voortgang bij te houden? Denk aan: | □ |
| Acceptabel | Is dit doel haalbaar voor jou, gegeven je middelen en tijd? | □ |
| Realistisch | Is het doel realistisch en uitvoerbaar? | □ |
| Houdt het doel rekening met jouw capaciteiten en omstandigheden? | □ |
| Tijdsgebonden | Kun je het doel binnen de gestelde tijd bereiken? | □ |
| Team | Levert het ook iets op voor het team? Concreet gemaakt? | □ |
| Duurzaamheid en relevantie | Sluit het leerdoel aan op je langere termijn doelen of behoeften? | □ |
| Feedback | Heb je momenten ingepland om feedback te ontvangen van docenten, collega’s of medestudenten? | □ |
| Reflectie | Kun je na het behalen ervan beoordelen wat je hebt geleerd? | □ |